Radio Centraal interview met Vlaams media-minister Dirk Van Mechelen op 1 augustus 2000, produktie Philippe Braet & Nico Carpentier, interview Nico Carpentier, transcriptie & distributie Philippe Braet.
Nico C.: .....en hij loopt. Zoals daarnet al even aangekondigd, een eerste algemene vraag : kun je een
schets geven van het huidige audio--visuele mediabeleid ?
Dirk VM.: Wel ik denk dat in de jaren 1980 belangrijke beslissingen genomen zijn met betrekking tot de media. U weet dat wij toen het fameuze kabeldecreet hebben goedgekeurd, waardoor de komst van de commerciële televisie mogelijk werd. Dit heeft geleid in de jaren '90 tot een, laat ons maar zeggen, een zeer scherpe concurrentiestrijd tussen enerzijds de openbare omroep, de VRT, en de commerciële omroep, de VTM, versterkt nog nadien door de komst van VT4. Maar ik denk uiteindelijk, al bij al, heeft dit, zeker aan de kant van de openbare omroep, geleid tot een sterke kwaliteitsverbetereing, een betere profilering, en uiteindelijk is op die manier het Vlaams medialandschap vrij verscheiden en daardoor aantrekkelijk. Daar waar ik in mijn jeugd, en velen met mij, naar de Nederlandse omroepen zapte, om daar te gaan kijken, stellen wij vast dat bijna geen Vlamingen nog kijken naar de Nederlandse..., de NOS-televisie, en dat men eigenlijk dus kiest, ja goed, de commerciële stations of de openbare omroep. We stellen vast dat met betrekking tot radio, de tendens die Karel Poma en nadien Patrick De Wael hadden ingezet om ook een zekere diversificatie te hebben in het radiolandschap, dat dat eigenlijk misgelopen is omwille van het feit dat men bij decreet in 1990, herinner ik mij, door de toenmalige minister Eric Van Rompuy, de klok is teruggeschroefd, en dat men eigenlijk van lokale radio een kleinschalig medium maakte. Ik heb ooit stout gezegd, men wou daar kajottersradio van maken onder de kerktoren, daar waar volgens mij ook commerciële radio duidelijk een positie, een plaats kan innemen in het Vlaams medialandschap. En daar proberen wij nu terug een versnelling in te brengen om te zeggen, kijk de radio's moeten meer zendcomfort hebben, ze moeten grotere zendgebieden hebben, daardoor ook economisch leefbaarder worden, omdat ze dan een grotere reclamemarkt kunnen aanspreken. Maar ja, goed, dit vraagt wel wat keuzes. En dat is een nieuwe uitdaging voor de volgende weken en maanden.
Nico C.: Nu, je hebt een hele algemene schets gegeven, zelfs over een vrij lange periode. Je hebt al één accent, denk ik, vermeld, dat je zelf gelegd hebt, dat is een hervorming van het radiolandschap, zijn er nog acccenten die jij belangrijk vindt ?
Dirk VM.: O, ik denk dat als de overheid zich bezighoudt met media, en daar publieke middelen aan besteedt, dus met andere woorden belastingsgeld, dan denk ik dat we moeten proberen te streven naar kwaliteit. En als ik aan de vooravond van de 21ste eeuw eigenlijk één debat op gang wil brengen, dat is om te zeggen, kijk, was al het commerciële geweld mogen we niet vergeten dat de media een heel belangrijk aspect is en dat we daar moeten streven naar heel veel kwaliteit. Kwaliteit op alle terreinen, kwaliteit in programmatie, kwaliteit in taalgebruik, kwaliteit in het aanbod van programma's zelf, ....Ik denk dat we ook vrij veel belang moeten hechten aan onze eigen producten, ik bedoel de Vleemase beeldindustrie, wwarbij we Vlaamse fictie-reeksen gaan maken, vlaams drama, maar dan eu... reeksen zoals wij vroeger hadden met de bossen in Vlaanderen, zijn iets te duur dus we zullen de late iets lager moeten leggen. Maar ik denk we toch moeten proberen om terug een eigen beeldproductie op gang te krijgen, te stimuleren, en ik ben verheugd als ik successen zie van Vlaamse productiehuizen, zoals woestijnvisdie het schitterend doen met een aantal series die op dit ogenblik als format dus zelfs door Amerika en andere landen worden opgekocht. Dan denk ik dat we toch wel potentialiteit hebben . dus daar denk ik dat we als Vlaamse overheid moeten kijken in welke mate kunnen we dit beleid stimùleren om
verscheidenheid te nrengen, maar vooral ook kwalitatieve dingen te brengen. Canvas is op dit ogenblik echt een succesverhaal aan het worden, niet de grote doelgroep, maar dan toch wel meteen aanbod dat heel hoogstaand is.
Nico C.: Het begrip kwaliteit is al een aantal keren gevallen. Het is één van de moeiliijkst te definiëren en te omschrijven begrippen binnen het hele mediabeleid. Hoe ga je met dit prbleem om ? Want het is natuurlijk een zeer subjectief begrip.
Dirk VM.: Ja goed, wat is kwaliteit in de kunst , daar kan je veel over debatteren. Ik denk dat kwaliteit ook te maken heeft met het feit dat men een zekere differentiatie mogelijk maakt en dat men niet alleen de makkelijkere dingen brengt maar dat men ook het moeilijkere genre aandurft, en dat men eventueel bereid is om dat dan te maken en te presenteren voor een kleinere doelgroep, maar die men dan ook een volledige satisfactie, een volledige voldoening kan geven. Met andere woorden, als je in Amerika televisie kijkt, ja dan zie je op vijfenveertig kanalen vijfenveertig keren eigenlijk bijna hetzelfde. En kwaliteit zit volgens mij in het feit dat wij durven toch nog andere dingen te brengen waardoor je een hoogstaander aanbod hebt, en dat kan met heel eenvoudige televisie zijn. Het hoeft geen intellectualistische televisie te zijn, het moet gewoon een diversificatie met zich meebrengen.
Nico C.: Ik denk dat je twee dingen vermeldt : aan de ene zijnde diversiteit, aan de andere zijde ruimte voor complexiteit, als ik je nu even heel kort mag samenvatten. Daarnaast wort kwaliteit ook heel dikwijls geoperationalisserd, -vertaald- naar de procedures, naar de manier waarop iets tot stand komt. Bijvoorbeeld : gelijkwaardigheid van gender, van geslachten, naar meer democratische inspraak. Dus: die "procedurale" aspecten, zijn die belangrijk ?
Dirk VM.: Goh, dat zijn wat mij betreft middelen om een doel te bereiken, ik bedoel : procedures zijn nooit een doel op zich. En ik denk dat wij als overheid moeten ervoor zorgen dat de regelgeving zo transparant mogelijk is en zo efficiënt mogelijk toepasbaar is en dat regelgeving dient om een bepaalde orde te creëren, en dat is ook in het medialandschap nodig. Stel je in het verkeer, zonder verkeerslichten of verkeersregels, ja dat zou een chaos zijn. Dus ook in het medialandschap moet er uiteindelijk orde zijn, en vandaar dat wij de intentie hebben om in de loop van de volgende jaren ook het Vlaams commissariaat voor de media , dat eigenlijk die rol heeft om een zekere ordening te creëren, dat wij dit commissariaat willen versterken, het toezicht verbeteren, waardoor uiteindelijk iedereen beroep kan doen op wat we noemen een onafhankelijke arbiter. Maar dat vereist wel dat de arbiter in een goede fysieke conditie is en dat hij over de middelen beschikt om het spel te volgen en daar wil ik toch wel, zeker vanaf volgend jaar een zeker beleidsombuiging realiseren, want het is niet om een commissariaat op te richten, je moet zorgen dat dat ook slagkracht heeft, dat dat een zekere jurisprudentie kan ontwikkelen, en met andere woorden dat dat een onafhankelijke scheidsrechter is voor alle players, voor alle spelers op het terrein.
Nico C.: Hoe zou je dan het commissariaat -dat trouwens nog niet zo verschrikkelijk lang bestaat- hoe zou je dat dan op dit moment evalueren, want ik hoor duidelijk kritiek in je stem.
Dirk VM.: Ja maar het is zo dat het Commissariaat voor de media heeft drie commissarissen die dit eu minder dan deeltijds doen, zij beschikken bij mijn weten over twee administratieve krachten. Ik was vorig jaar bij de BBC en ik was ook nadien bij het Independent Television Commission ...eh..Committee. Als je kijkt over welke middelen zij beschikken om dat mediabeleid op te volgen, te sturen, te corrigeren, waarbij hen ook bijna bij voorbaat vragen worden gesteld of dingen kunnen of niet kunnen. Bijvoorlbeeld de reeks "De Twaalf Werken", ja, als je daar de Humo-uitzending gezien hebt, dat heeft voor heel wat commotie gezorgd. Ik heb geprobeerd Wouter en zijn ploeg te verdedigen, maar eigenlijk zijn dit dingen die je beter op voorhand kan voorleggen aan het Vlaams Commissariaat voor de Media, met de vraag ja, kan dit, of kan dit niet . Dat wil zeggen dat je hen een minimum formatie van de medewerkers moet geven, geschoold, die over de nodige technische kwaliteit beschikken, inhoudelijke kwaliteit, om...ja, een beetje sturend op te treden.
Nico C.: Wil dat ook zeggen dat je pleit voor een harder sanctionerend beleid ? Als je vergelijkt met een aantal andere landen dan merk je dat dergelijke regelgevende administratieve colleges bijzonder zware sancties opleggen. Hier heb ik de indruk dat er toch met een zekere voorzichtigheid wordt omgegaan met dergelijke sancties.
Dirk VM.:Ja maar ook hier weer : sancties dient om bij te sturen, en zijn ook geen doel op zich, dus ik ben vragende partij dat een dergelijk commissariaat voor de media een stukje preventief kan functioneren, eigenlijk een betrouwbare raadgever is in het medialandschap, wat bijvoorbeeld het Nederlands Commissariaat voor de Media wel is geworden, en dat heeft een grote autoriteit, een groot gezag. Ja goed, we staan aan de vooravond van de introductie van de nieuwe media, met andere woorden, de meeste krantengroepen, tijdschriftengroepen, radiostations, televisiestations zijn zich aan het voorbereiden voor de nieuwe media die volledig gedigitaliseerd zal zijn, waardoor het aanbod nog des te groter en des te ruimer is, en ik denk dat het dan belangrijk is om te beschikken over een onafhankelijke instelling om dit op te volgen.
Nico C.: Laat ons even terugkeren naar het radio-dossier, en vooral dan, denk ik, één van de belangrijkste initiatieven : de oprichting van de landelijke commerciële radio. Het heeft bijzonder lang geduurd voor dergelijk idee ingang heeft gevonden en feitelijk gerealiseerd kan worden. Hoe zou je dat verklaren ?
Dirk VM.: Wellehh...toen wij , en dat was inderdaad in de jaren '8O, dit dossier voorbereidden, dan hadden wij eigenlijk de intentie dat de CB'ers, die toen eh locale radiostations zijn geworden, dat dit een normaal, economisch doorloopproces zou krijgen, waarbij uiteindelijk de beste zouden overblijven en grotere eenheden zouden worden. Ja, en dan heeft men eigenlijk dit heel streng beginnen reglementeren, waardoor men eigenlijk de kleinschaligheid heeft geïnstalleerd, en dit is door de toenmalige meerderheid steeds verdedigd geworden, met het feit dat de VRT het uitstekend deed, de toenmalige BRT-radio, ja, ik kan maar één ding zeggen, ehhh... BRT radio doet het goed maar ze hebben ook geen enkele concurrentie en onze ambities om ook commerciële radio mogelijk te maken, echt leefbaar, om een nieuw product te brengen, en ja goed, de luisteraars zullen wel bepalen... ik zeg altijd 'het komt aan de kijker en de luisteraar toe euh naar wie hij kijkt en luistert'. En.. maar dan moet je ook de alternatieven aanbieden, vandaag bestaat dat niet. Dus wij willen op het euh radiodomein twee dingen doen : eerst de landelijke commerciële radio, en gelet op de schaarste van de frequenties, zal dit eerder in moeilijke omstandigheden moeten, maar ja goed, de wil om het te doen is er, twee : hebben wij de ambitie om te kijken of wij ook niet iets of wat grotere radio-eenheden kunnen vormen en we noemen dat dan eh regionale radio's, inhet huidige decreet is sprake van agglommerattie-radio's, maar eigenlijk -de facto- is dat niet van de grond gekomen.
Maar ja goed, dit zal enkele herschikkingen vragenin het radiolandschap, en de bedoeling is dat men de krachten bundelt en probeert eigenlijk tot grotere eenheden te komen met een nog groter aanbod en een nog verscheidener aanbod.
Nico C.: Trouwens, die arrondissementsradio's, is, als ik me niet vergis, een oud PVV-idee, want er zijn làng geleden dergelijke voorstellen al gemaakt, toen VLD nog PVV heette.
Dirk VM.: O, ik heb in de mediacommissie de voorbije veertien jaar, denk ik, drie of vier keer voorstel van decreet ingediend om dat mogelijk te maken. Ja goed, toen was daar geen politieke meerderheid voor. Ik denk dat ondertussen er wel consensus groeit om te zeggen als wij kwalitatieve radio willen brengen, dan moeten we ook zorgen dat het een voldoende reikwijdte heeft, om voldoende mensen in te kunnen schakelen, op redactioneel vlak, op muzikaal vlak, op ondersteunend vlak. dat is de enige manier om goeie radio te maken en dan denk ik dat we leefbare entiteiten maken die een niew soort publiek kunnen aantrekken en, ja, dat mag best regionaal zijn. Als je ziet in Antwerpen welk succes de regionale televisie kent, ook met de vreneiuwende inititiatieven, ja, waarom zou dat ook niet op radio-vlak kunnen ?
Nico C.: Nu, één van de alternatieven, één van de mogelijke oplossingen die de problematiek van de economische leefbaarheid probeerde te counteren in de vorige legislatuur, waren die samenwerkingsverbanden. Is dat een onvoldoende antwoord gebleken ?
Dirk VM.: God, dat is een eu ...eigenlijk... de wetgever heeft zich wat dat betreft aangepast op de realiteit op het terrein. Eigenlijk stond in het decreet dat samenwerkingsverbanden niet mochten en men moest de eigen roepnaam gebruiken -ik herinner mij nog dat men twee keer per uur de roepnaam moest vermelden. Ja, dit soort onzin dat werkt natuurlijk niet in het medialandschap. En uiteindelijk heeft men dan een bijsturing gemaakt van het huidige decreet door te zeggen dat samenwerkingsverbanden die in de practijk ... eu,.. meer dan 70 % van alle locale radio's in Vlaanderen werken in een samenwerkingsverdband, met andere woorden: ja, de wetgever heeft zich schoorvoetend aangepast aan de realiteit, ja, en onze bedoeling is eigenlijk om te proberen om een stap vooruit te gaan en hen de kans te geven om echt op een professionele manier radio te maken, en op die manier een alternatief te zijn voor de openbare radio, die zich dan zal moeten weren en,wat mij betreft, dat ook hopelijk aanleiding geeft tot kwaliteitsverbetering aan de twee kanten.
Nico C.: Als je gaar kijken naar de heel practische gang van zaken, op het moment dat die landelijke commerciële radio's gaan ontstaan, hoe gaat dat zich in de practijk voordoen ? Worden die frequenties verkocht, worden die verhuurd, of hoe zal die hele procedure eigenlijk plaatsvinden ?
Dirk VM. : Ja, eh...pfff... de eniging was eerst om te zeggen we gaan die frequenties veilen, een debat dat ook Europees bezig is, om te zeggen we gaan licenties veilen. Nu ik denk ja goed voor een zendmast kan je dat doen, of voor een gsm-operator. ik denk dat wanneer we over radio praten dat enige zorgvuldigheid en voorzichtigheid toch wel eu gewenst is. En vandaar dat we beslist hebben om een soort cocktail te maken van maatregelen waarbij we uitgaan van kwaliteitsvereisten -het moet een algemene radio zijn, met andere woorden geen 24 uren non-stop music, alhoewel (grinnikt) sommigen dat misschien wel zouden wensen, maar ja, dan kan je op de kabel terecht, waar dat men dertig soorten non-stop muziekprogramma's heeft. Dus de bedoeling moet zijn... het moet een radiostation zijn dat een meerwaarde kan brengen, dat ook het journaal brengt, informatieve programma's, een algemene omroep. Twee : willen wij ook dat men aandacht besteed aan het feit dat het een Nederlandstalige omroep is, met andere woorden, dat respect heeft voor de Vlaamse eigenheid, en ja, een radio die succes wil hebben zal sowieso daar rekening mee moeten houden. En drie, zullen wij de licenties niet veilen, maar zullen wij een vaste waarde erop kleven, zodanig dat diegenen die zich kandidaat willen stellen, dat die daar kunnen meedingen zonder dat wij eigenlijk bij voorbaat weten dat het gaat naar de kapitaalkrachtigsten, want dat is niet mijn ambitie dat het de Berlusconi's zijn die in Vlaanderen Radio gaan maken.
Nico C.: Stel : er dienen zich meer kandidaten aan dan er beschikbare frequenties zijn -en het aantal frequentieblokken is sowieso beperkt, hoe ga je dan kiezen ?
Dirk VM.: Ja maar dat is juist op basis van de kwaliteitsvereisten die in het ontwerp van decreet staan, dat thans naar de regering gaat op 8 september. De Raad van State heeft een gunstig advies gegeven, dus op 8 september kan de regering het licht op groen zetten, en dan gaan we naar het parlement. Maar daarin staan dan een tiental kwaliteitscriteria, plus komt er een aanvullend ministeriëel besluit waarbij [we] nog verdere detaillering maken, en het zal uiteindelijk het Commissariaat voor de media zijn dat uit de ingediende kandidaturen de selectie zal maken. Het zal dus niet de minister zijn die beslist, voor één keer zit ik dus in een gemakkelijke stoel.
Nico C.: Mm. Heb je een idee van het aantal kandidaten die op dit moment op de markt zijn ? Die interesse hebben laten blijken ?
Dirk VM.: O, ik denk dat ik toch weet heb van een zestal groepen die serieus overwegen om die te maken, maar je mag toch niet vergeten dat landelijke commerciële radio brengen een zware investering zal zijn, zowel naar zendapparatuur als naar bemanning van uiteindelijk dat radiostation. Met andere woorden het gaat hier over een niet-michtzinnige beslissing. Dus... Maar ik denk dat er in Vlaanderen een aantal groepen geïnteresseerd zijn om de uitdaging aan te gaan...ja, en ik wacht met spanning laat ons maar zeggen, de aanbesteding af.
Nico C.: Een beetje daarnaast : heel de discussie over de frequentieband heeft een aantal toch moeilijke momenten gekend. Het blijkt nu dat de zone die traditioneel aan de VRT was toegewezen blijkbaar toch gebruikt kan worden om een aantal andere zenders te plaatsen. De VRT heeft zich daar heel lang tegen verzet...
Dirk VM.: Ja maar...het was inderdaad zo dat VRT in Vlaanderen strengere afschermingsnormen had dan de Europese, dus de VRT gebruikte de 600 KHz daar waar dat het Europees 400 is. De VRT heeft altijd gezegd ja de band onder de 102.4 zit vol, maar zei op een bepaald moment zélf ja, we gaan radio 6 starten, en gaf daarmee eigenlijk impliciet toe dat er toch nog ruimte was. Ik denk dat we daar moeten proberen te komen tot een gezond evenwicht waarbij eenieder krijgt wat hem toekomt. We hebben dus eigenlijk het Nederlandse Nosema, dat eigenlijik de Nederlandse omroepvereniging is die eigenlijk het hele Nederlandse zenderpark beheert en die beschikken over een 110 mensen om de job te doen, en wat in hoofdzaak allemaal ingenieurs zijn, hebben wij een studie-opdracht gegeven, ja en ze hebben in Vlaanderen 67 frequenties gevonden die mogellijk in aanmerking komen voor landelijke netwerken. Ja, en daar is nu de coördinatieprocedure voor opgestart. Ik verheel u niet dat dit een vrij moeilijke oefening is, met de Franse Gemeenschap, maar ook met Nederland, met Frankrijk, met Duitsland en met Engeland. Maar, ja goed, we gaanproberen om daar toch resultaat uit te halen.
Nico C.: Nu, als het gaat over die frequentieband heb je natuurlijk een aantal blokken, je hebt een blok wat VRT en wat landelijke commerciële radio zal worden, daarnaast heb je nog een blok dat zal overblijven om die locale radio enige ruimte te bieden, is dat een beetje het toekomstbeeld ? Of wordt het toch nog complexer ?
Dirk VM.: Neenee, ik denk dat er in de band boven de 102.4 voldoende ruimte is om, laat ons zeggen, regionale of locale radio-initiatieven mogelijk te maken. Maar ook daar is het de vraag : moet je in iedere gemeente een radiostation hebben, of kan je niet tot grotere groepen komen waardoor je eigenlijk een veel breder draagvlak creëert om echt goeie radio te gaan maken. Want radio maken is technisch wel vrij eenvoudig, maar vraagt wel mensen, en mensen vraagt middelen, en middelen vraagt een voldoende grote markt om die kwalitatieve radio te kunnen aanmaken, dus pleiten wij er toch voor dat een aantal groepen zouden samenwerken om te proberen ruimte te maken voor grotere initiatieven met laat ons maar zeggen, op die manier een groter bereik voor die stations, waardoor ze ook automatisch veel succesvoller zullen zijn, en bijvoorbeeld eigen informatie kunnen gaan brengen over de regio, daar waar ze zich vandaag dikwijls moeten beperken tot de Gazet van Antwerpen en De Nieuwe Gazet uitpluizen en dat voorlezen. Dus ik denk dat we daar moeten proberen wat sterkere regionale redacties te krijgen en juist daar de meerwaarde brengen tussen een regionale radio enerzijds en een landeliijke commerciële, of een landelijke openbare omroep anderzijds.
Nico C.: In het creëren en het zoeken naar ruimte op die frequentieband, bent u ook vragende partij dat de VRT zijn frequentiegebruik zou optimaliseren ? Of is dat iets wat stabiel zal blijven ?
Dirk VM.: Ja, men heeft in Nederland de oefening willen doen, men noemde dat een zero-base onderzoek, waarbij men eigenlijk tabula rasa zou maken met de bestaande situaties. Maar dit is eigenlijk een louter theoretische oefening, dit is in de practijk niet mogelijk. De VRT beschikt over een aantal grote zenderparken, we denken aan Sint Pieters-Leeuw, we denken in het Antwerpse aan Schoten ... ja, die ga je morgen niet verplaatsen. Gelijk welke GSM-mast in Vlaanderen roept op dit ogenblijk enorme vragen op, roept dikwijls protesten op. Het is niet alleen een visuele vervuiling, er zijn ook vragen rond gezondheidsrisico's waarop eigenllijk niemand vandaag een antwoord kan geven en waarvoor ik bijvoorbeeld ook aan de federale minister gevraagd heb, ja moeten daar nu bewarende maatregelen worden genomen ? Maar tot hiertoe krijg ik vanuit Volksgezondheid geen enkel signaal daarover. Dus ik denk wat zenderparken betreft, laten we maar naar een status quo gaan en dat betekent dat je eigenlijk uw bestaande frequenties zult behouden en niet allemaal gaan herschikken. Alhoewel vanuit een optimalisering dit wel betere resultaten zou geven. Maar ja ik denk dat dit gewoon technisch niet haalbaar is.
Nico C.: Als het dan gaat over die locale radio en het mogelijk samenvoegen, uw voorganger heeft een reductie voorgesteld, heeft daar bijzonder veel kritiek op gekregen : verminderen van het aantal radio's bleek een zeer moeilijke zaak, ook niet alleen om technische redenen, maar ook om allerlei politieke redenen en economische redenen. Vreest u niet om in dezelfde situatie terecht te komen ?
Dirk VM.: Ja maar de tijd staat gelukkig niet stil en als ik, zoals ik daarstraks zei, vaststel dat bijna 70 % van deVlaamse radio's in een netwerk functioneert, ja dan is de vraag of je met zes kleine frequenties niet beter één grote frequentie maakt. Maar goed, dat zal de toekomst uitwijzen, daar zal in de loop van dit jaar en de eerste helft van volgend jaar bijkoment onderzoek naar gebeuren, maar dit moet wat mij betreft in samenspraak gebeuren met de actoren op het terrein, met andere woorden met de radio's zelf. Maar uit de gesprekken, die ik nu gevoerd heb, is iedereen nu vragende partij om iets leefbaars te creëren, met andere woorden : wat hebben we eraan om 300 radio's te hebben die stuk voor stuk niet leefbaar zijn ? Ja, laat ons dan maar proberen een grotere oefening te maken en een nieuw, duurzaam kader te creëren binnen dewelke zij zich kunnen ontwikkelen, ontpoppen als echte alternatieven. Ja, en in dat soort radio geloof ik wél rotsvast want ik denk dat die inderdaad een mooie toekomst kunnen hebben.
Nico C.: Bestaat er ook niet de vrees dat door een vorm van schaalvergroting die, denk ik, als ik u mag interpreteren, bijna onvermijdelijk lijkt, een aantal van die kostbare, kleinschalige initiatieven onder zeer zware druk komen te staan ? Ik denk bijvoorbeeld aan vrijwilligersorganisaties, waar de vragen rond economische leefbaarheid andere vragen zijn dan bij eerder bedrijfsmatige radio's.
Dirk VM.: Ik heb hier een gesprek gehad met de verantwoordelijke van radio Spes. Radio Spes is een locale radio die uitzendt vanop de basiliek van Koekelberg en die de ambities heeft om eigenlijk een bepaalde ideologische groep, eu filosofische groep, te bereiken. Ja, ik denk, als je ziet door de digitalisering, welke mogelijkheden er bijvoorbeeld komen via de kabel, dat je de vraag moet stellen : moet dit soort initiatieven niet eerder proberen via de kabel hun doelgroep te bereiken. We krijgen door de techniek in de loop van de volgende vijf zes jaar tal van nieuwe mogelijkheden , laat ons die maar aanwenden om uiteindelijk te proberen aan ieder te geven wat hij verlangt. En ik denk, zeker op het moment dat de digitale radio op gang zal komen... Iedereen had dat eigenlijk verwacht voor dit jaar, vijf jaar geleden dachten wij dat in het jaar 2000 digitale radio zijn intrede zou doen. Ja, we stellen vast dat eigenlijk de markt van de massa-electronica zich heeft toegespitst op televisie en op video. Met andere woorden men investeert maximaal in digitale televisie en radio zal daar een afgeleide van worden, met andere woorden we zullen daar twee drie jaar langer op moeten wachten dan voorzien. Maar vanaf dat ogenblik zijn heel wat nieuwe initiatieven mogelijk, met andere woorden diegene die creatief is, iets nieuw kan brengen dat leefbaar is, ja die wint uiteindelijk de wedloop, maar ja, dat is nu eenmaal de markt.
Nico C.: Zijn er plannen om beschermende maatregelen te nemen naar die kleinschalige initiatieven, ik denk bijvoorbeeld aan het werken met verschillende categoerieën, het werken met een fonds zoals in andere landen wel gebeurt. Zijn er op dat gebied plannen ?
Dirk VM.: Wel ik denk, Eén : technisch willen wij die radio's onderbrengen in de band boven de 104.8, dat is wat men noemt de band die valt onder het Low Power Agreement, met andere woorden kleine vermogens die daar een beschermde zone zouden krijgen. Anderzijds, jaa is het mediabeleid toch altijd van die aard geweest dat commerciële initiatieven zich financieren met middelen uit de markt, met andere woorden uit de reclame, en dat openbare initiatieven gefinancieerd werden met openbare middelen, met andere woorden met belastingsgeld. Ja, ik denk als je die scheidingslijn begint te verlaten, dan wordt het bijzonder moeilijk om nog wat ordening te creëren.
Nico C.: En wat met de media die zich binnen de derde weg situeren ? Die niet commerciëel zijn maar ook geen overheidsinitiatief zijn ?
Dirk VM.: Ja goed, maar daar waar sprake is van vrijwilligerswerk -en gelukkig bestaat dat in Vlaanderen nog- ja, ... HOU het zo, zou ik zeggen. Maar aan de andere kant maak geen onvolwassen radiostations die professioneel moeten werken maar niet de middelen hebben, want dan creëer je dus eigenlijk een afschuwelijk geheel. Ofwel wil je dat professioneel aanpakken en moet je een goede organisatie uitbouwen, ofwel werk je, zoals bijvoorbeeld goede studentenradio's, waar dat eigenlijk een groep van studenten zich achter het project schaart en waarbij je voldoende vernieuwing hebt van krachten om uiteindelijk die radio te dragen en waar je eigenlijk met een beetje gezond management dat ding kunt laten functioneren. Maar begin dat dan niet te subsidiëren want dan eindigt dat meestal catastrofaal, dus : vermeng de dingen niet.
Nico C.: Mmm. Om een voorbeeld uit Wallonië te nemen, de universiteitsradio's die daar bestaan die worden voor een deel door een fonds, een projectfonds, gesubsidiëerd, dat fonds wordt voor een deel door de RTBF betaald, voor een deel door de commerciële zenders, is dat een plausibel alternatief ? Want het heeft effectief in Wallonië een aantal van die universiteitsradio's wel degelijk het bestaan gegarandeerd.
Dirk VM.: Ja goed eu, financiering is natuurlijk een essentiëel onderdeel om radio te kunnen maken. Enne als men met goede formules komt, dan is natuurlijk alles bespreekbaar. Alleen zeg ik dat men dan duidelijk een toegevoegde waarde moet creëren, met andere woorden men wil een studentenradio om op die manier over een medium te beschikken waardoor men heel snel informatie kan doorgeven. En degene die daarbij gediend is, heeft er dan ook alle belang bij om zo'n project te gaan ondersteunen. Maar vanuit het mediabeleid dit structureel te gaan doen, ja sorry, ik denk dat op dit ogenblik één eu... het zou wel kunnen dat er vraag toe is, maar daar is wat mij betreft geen enkele duidelijkheid over of dit nu de juiste weg zou zijn. Maar als wij starten met het nieuwe plan, en dat moet zijn 1 januari 2002, ja goed, dan moeten we heel duidelijk de bomen door het bos kunnen zien, met andere woorden
dan moet er een nieuwe positionering komen van een aantal radiostations, en op dat ogenblik sluit ik dus niet uit dat voor bepaalde doelgroepen bepaalde systemen moeten ontworpen worden. De vraag is alleen : moet dat vanuit het mediabudget komen of zijn daar andere belanghebbenden die daaraan willen meewerken. Maar dat zien we dan wel, en dat is eigenlijk het grote debat dat moet starten de volgende maanden en dat wat mij betreft in ieder geval een open debat moeten zijn.
Nico C.: Nu om dit gesprek af te ronden : de komst van commerciële televisie heeft bij de VRT, die toen nog een andere naam droeg, een aantal zware consequenties gehad, zowel op structureel als op inhoudelijk vlak. Vreest u niet dat hetzelfde zal gebeuren op het moment dat het radio-monopolie eigenlijk in de practijk doorbroken zal worden ?
Dirk VM.: Ja, ik denk eu.. in tegenstelling tot de televisie heeft de radio zich bijzonder goed voorbereid op de komst van concurrentie want uiteindelijk werd die concurrentie al vijf jaar eerder verwacht. Ik denk dat de openbare televisie, de VRT, met specialisatie naar TV1, een verbredend net, en met Ketnet en Canvas, een verdiepend net, eigenlijk op een schitterende manier thans reageert op het commerciële geweld en zich er duidelijk van onderscheidt met een eigen aanbod dat onderscheiden is en dat is heel belangrijk. Ja, wat radio betreft denk ik dat, mocht ik commerciële radio zijn, ik denk wel dat ik zou weten waar dat zich ergens het gat in de markt bevindt om te proberen daar toch vernieuwend te werken, ja, en ook, dit is dan weer een uitdaging voor de openbare radio om proberen daarop in te spelen en... en, ja goed, een eigen product te brengen dat de moeite waard loont om naar te luisteren.
Nico C.: Maar ze hebben redelijk onhandig ingespeeld op de komst van VTM. Het heeft lang geduurd voor die TV1/Canvas - constructie is ontdekt, en er zijn heel wat koppen gerold, om het iets platter uit te drukken.
Dirk VM.: Ja maar ik herinner mij nog levendig in de commissie Media in het Vlaams parlement het debat dienaangaande en ik heb altijd gewaarschuwd om te zeggen eigenlijk gooi je iemand met de handen op de rug in het water. Want uiteindelijk de BRT was niet gewapend om in een concurrentiestrijd te stappen met een commerciëel station. Ja, het heeft dan tien jaar geduurd voordat men eigenlijk de blauwdruk van mijn voorstel heeft omgezet in een decreet. Het kwam dan van de minister en zijn meerderheid, maar uiteindelijk hadden wij dat gezegd ja, tien jaar eerder, om te zeggen ja, geef die openbare omroep de middelen om een eigeneigen manier in die concurrentiestrijd te stappen. Ik denk wat de radio betreft zijn zij gewapend om de concurrentiestrijd aan te gaan en ik denk niet dat we hier hen echt naar de slachtbank brengen. Ik zeg het tegenovergestelde : degene die de handschoen wil opnemen tegenover de openbare radio zal moeten beschikken over goede kaarten.
Nico C.: Okee, Dankuwel.
+ + + + +
A version on minidisk of this interview is on it's way to Brussels. It will also be rebroadcasted at radio Centraal, shortly before September 8th , very likely the preceding Saturday between 12 & 14 h.
Regards,
Philippe
(Html omzetting: WebGang)
-
a Web Gang ® Creation - updates by and comments to: WebGang@RadioCentraal.be